Een voedster uit Mol

Hoe boerendochter Maaike Cornelis borstvoeding gaf aan Anna Maria Moretus 

Een voedster uit Mol

Kort na de geboorte van hun dochter Anna Maria zochten Balthasar II Moretus en Anna Goos een voedster om hun pasgeboren dochter borstvoeding te geven. Maaike Cornelis, een boerendochter uit Mol, solliciteerde op de vacature. In een gesprek met de ouders van Anna Maria vertelde ze haar levensverhaal. Maaike had veel op haar pad gekregen waar ze niet om gevraagd had. Haar verhaal geeft een unieke inkijk in de beweegredenen van vrouwen in de zeventiende eeuw om als voedster voor rijke families te gaan werken.

Zilveren dienblad

Anna Maria Moretus was het elfde kind van Balthasar II Moretus en Anna Goos. Ze werd geboren op woensdag 20 februari 1664 omstreeks 18.30 u. De volgende avond werd Anna Maria gedoopt in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. In overeenstemming met de toenmalige gewoontes schonk haar peter Jan II de la Flie een zilveren dienblad aan zijn petekind. Anna Goos was volgens de uitleg van haar man niet in staat om zelf borstvoeding aan haar pasgeboren dochter te geven. Daarom zochten de ouders dringend een voedster. Maaike Cornelis, een boerendochter uit Mol, stelde zich kandidaat. 

Jacob van Reesbroeck, Portret van Anna Goos, 1659, olieverf op doek, 663 × 510 mm, collectie stad Antwerpen, Museum Plantin-Moretus
Jacob van Reesbroeck, Portret van Balthasar II Moretus, 1659, olieverf op doek, 662 × 506 mm

Boter Geert

Maaike Cornelis vertelde aan de ouders van Anna Maria dat ze achtentwintig jaar oud was. Ze groeide op in een boerengezin in Mol met haar zes zussen en twee broers. Haar vader Hendrik Cornelis was inmiddels overleden, en haar moeder Elisabeth Ooms woonde nog met de kinderen op de boerderij. Maaike had vier jaar voor Gerard Kaers gewerkt. Kaers was een voerman die goederen van en naar Brussel transporteerde. Hij woonde in Olmen, een dorp ten zuiden van Mol. In de volksmond kende iedereen hem als ‘boter Geert’. Welk werk Maaike voor Kaers verrichtte is niet bekend, en ook niet waar Maaike de toekomstige vader van haar kind leerde kennen.  

Archief van de Officina Plantiniana, Kopieboek 1664-1670, Collectie stad Antwerpen, Museum Plantin-Moretus

Gebroken been

Hendrik Sels, de vader van haar dochter, overkwam een groot ongeluk: hij brak zijn been. Als gevolg van het ongeluk verbleef Sels in Mol in het huis van valkenier Huybrecht Crols. De kans op volledig herstel na een beenbreuk lag heel laag in de zeventiende eeuw. Bijgevolg zette Maaike haar emoties opzij om een rationele beslissing te nemen: ze besloot om niet te trouwen met de vader van haar kind. Ze vreesde dat hij wegens de beenbreuk niet in staat zou zijn om de kost te winnen. In die tijd droegen beide echtgenoten bij tot de voorziening van het levensonderhoud van het gezin. Een gezin met slechts één kostwinner was de garantie voor een leven in de armoede. Als gevolg van haar levenskeuze werd Maaike een alleenstaande moeder van een buitenhuwelijks kind. Ze liet haar dochtertje van twee maanden achter in Mol bij de weduwe van Bartel Baten en trok naar Antwerpen. 

De pastoor als detective

Nadat Maaike Cornelis haar levensverhaal had verteld wilde Balthasar II Moretus graag checken of het wel klopte. De reputatie van het dienstpersoneel straalde immers af op de reputatie van de werkgever. Stel je voor dat Maaike in werkelijkheid een prostituee was die door een van haar klanten zwanger was gemaakt! Bijgevolg stuurde Balthasar acht dagen na de geboorte van Anna Maria een brief naar de moeder-overste van het klooster van de karmelietessen in Mol. Het gezin van Balthasar en Anna had haar een tijdje geleden in Aarschot ontmoet. Hij verzocht moeder-overste vriendelijk om de antecedenten van Maaike Cornelis te onderzoeken. Ze hoefde zelf geen detective te spelen, ze mocht het aan de pastoor of een andere vertrouwenspersoon vragen. Er zat wel haast achter want Balthasar verwachtte de week nadien al een antwoord. 

Afschrift van de brief van Balthasar II Moretus aan de moeder-overste van de karmelietessen in Mol, 29 februari 1664 (MPM Arch. 298, fol. 5 recto)

‘Memme’ Maaike

Het antwoord van moeder-overste is niet bewaard gebleven in het Plantijnse archief. Kennelijk had Maaike Cornelis niet gelogen over haar levensverhaal want ze werd aangenomen als ‘memme’ (voedster) van Anna Maria. Ze bleef een jaar en zes weken in dienst als inwonende voedster. Hiervoor ontving ze een loon van 61 carolusgulden, wat een kwart hoger was dan het loon van een inwonende keukenmeid. Mogelijk keerde ze zeven jaar later zelf terug als keukenmeid in het huishouden van Balthasar en Anna. In 1672 werd een zekere Maaike uit Mol als keukenmeid aangenomen. Helaas vulde Balthasar nooit haar familienaam in zijn journaal in, dus we weten niet zeker of het om dezelfde vrouw ging. 

Rekening van Maaike Cornelis in het journaal van de persoonlijke uitgaven van Balthasar II Moretus, april 1665 (MPM Arch. 1170, fol. 176 verso)

Door Kristof Selleslach, conservator archieven in het Museum Plantin-Moretus