Dat Jeroen Olyslaegers gebeten is door de gouden eeuw van Antwerpen, staat buiten kijf. In zijn succesvolle laatste roman Wildevrouw neemt hij de lezer mee naar de zestiende-eeuwse stad, niet geheel toevallig ook de periode van Lodovico Guicciardini. “Ik ben steeds geïntrigeerd geweest door het werk van Pieter Bruegel de Oude, en bij uitstek zijn ‘Dulle Griet’. Dat werk was nogal prominent aanwezig in de bibliotheek van mijn ouders, waardoor ik al van jongs af geboeid ben in het maatschappelijke leven van de zestiende eeuw.”
Synthese van honderden werken
Olyslaegers was niet aan zijn proefstuk toe: hij maakte voordien al een audiogids voor het Museum Mayer van den Bergh, waar hij ook enkele lezingen deed over de Dulle Griet. “Enkele maanden na de lancering van Wildevrouw begonnen de gesprekken met het Museum Plantin-Moretus voor een audiogids. Ze bezorgden me daarop een lijvige longlist van werken. Het doel was om deze te distilleren tot een tiental audioverhalen van in totaal ongeveer dertig minuten. Er moest immers een mooie spreiding zijn voor de bezoekers: je wil niet dat iedereen op dezelfde plaats samentroept. Samen met mijn researcher Stef (Franck, zijn vaste sparringpartner sinds het schrijven van Wildevrouw, red.) kwam ik tot een meer ingetogen longlist van negentien werken, die we verder filterden tot tien aparte verhalen. In hun geheel scheppen ze het mentale frame van de zestiende eeuw, ondersteund door achtergrondgeluiden zoals kerkklokken, een marktplein en het volkse geroezemoes.”