Van Brederodestraat tot Antwerpen-Noord
Door Guicciardini te laten zwerven in de stad, geeft Ouaamari ook een beeld van de moderne stad Antwerpen. “Ik link zijn ‘nieuwe’ levensloop aan bepaalde locaties in de stad. Uiteraard denkt iedereen bij Antwerpen aan Brabo en het Centraal Station: daar laat ik hem dan ook passeren. Maar ik laat ook de ruwe kantjes zien: plekken die in schril contrast staan tegenover het idyllische plaatje. Zo laat ik Guicciardini eerst rondhangen met de daklozen, die hem een houvast bieden tijdens zijn woelige eerste dagen. Zijn enige sociale netwerk zijn op die moment anderen die ook in de miserie zitten. Mensen ontfermen zich over hem tijdens mijn verhalen, dat is niet veranderd ten opzichte van vroeger. Toen bevond zijn netwerk zich echter in de hoogste rangen van de maatschappij, met de drukkers en de kooplieden.”
“Nu moet hij zich terug opwerken, via onder meer een viswinkel in Borgerhout. Vroeger was er de vismarkt, nu komen de gekoelde vissen toe uit in vrachtwagens uit Frankrijk. In groezelige winkeltjes stellen ze hier nu mensen zonder papieren tewerk: een extreem zware job die je niet met Antwerpen associeert. Op deze manier laat ik Guicciardini zich terug ‘inburgeren’ en beschrijf ik plaatsen zoals de Joodse buurt, het inburgeringscentrum Atlas, de Meir, de Seefhoek, Brederodestraat en natuurlijk ook de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, waar hij begraven ligt. Zo komen we tot het meest tragische van Guicciardini’s leven. De man die een van de belangrijkste historische werken over de Nederlanden schreef stierf nederig, eenzaam en arm.”