Dezelfde dag schreef Plantijn ook een brief aan Cornelius Reineri, theoloog en rector aan de Leuvense Universiteit. Hij vroeg hem een exemplaar te kopen van alle Engelse boeken van de afgelopen twee jaar die hij in Leuven kon vinden. Plantijn zou hem uiteraard daarvoor betalen, maar het moest wel geheim blijven.
Wat de afloop was van deze zaak is niet bekend. Als Reineri Plantijn een exemplaar had bezorgd van deze tekst, is de kans groot dat Plantijn het lettertype had herkend. Hoewel de titelpagina het impressum van Gualterus Morberius, een Luiks uitgever, heeft, was het in feite gedrukt in Leuven door Joannes Foulerus, of met zijn eigenlijke Engelse naam John Fowler. Deze drukker emigreerde na zijn studie aan Oxford omwille van zijn katholiek geloof in 1559 of 1560 naar de Nederlanden. Sinds 1565 drukte hij in Leuven werken in het Engels of Latijn. Plantijn verhandelde tal van boeken met hem vanaf ten minste december 1568. Twee maand vóór Alva’s brief had hij Fowler nog persoonlijk gezien toen hij in Leuven was en er 12 gulden van hem in ontvangst nam.