Plantijn kon Arias Montanus ook meedelen dat Luis Perez 200 gulden voorschot gaf voor de publicatie van Arias Montanus’ eigen nieuwe werk met zijn commentaar op de geschriften van de apostelen, de Elucidationes in omnia sanctorum apostolorum scripta. Het werd vanaf dan een gewoonte dat Perez grote voorschotten gaf voor het drukken van de talrijke werken van Arias Montanus in ruil voor een aantal exemplaren wanneer het drukken voltooid was.
Van deze brief bestaan twee versies: een kladversie met veel correcties en twee in het net geschreven afschriften. Op sommige punten zijn er kleine verschillen tussen de kladversie en de “nette” versie. Zo is bv. de melding van Crispinus van den Broeck en zijn dochter in de kladversie: “De schilder Crispinus heeft zijn dochter [Isabella, gehuwd met Jan de Vos] ten huwelijk gegeven aan een jonge bedreven schilder die, zoals Coignet en vele anderen, van hier met zijn familie is weggetrokken. Crispinus zelf blijft hier verder schilderen en op een bescheiden manier leven”, terwijl de versie “in het net” beperkt is tot de mededeling dat Van den Broeck verder schildert zoals gewoonlijk. Plantijn besloot zijn brief met Montanus te groeten in naam van de gebruikelijke groep Antwerpse vrienden, de cartograaf Abraham Ortelius, handelaar en kunstkenner Cornelis Pruynen, prentenuitgever Filips Galle en tekenaar Peter vander Borcht.