België is geboren en dankzij de haven gaat Antwerpen opnieuw een gouden handelstijdperk tegemoet. Maar Albert Moretus – neef van overgebleven broer Lodewijk Frans – laat het idee om de drukkerij opnieuw op te starten aanvankelijk varen. Hij beschouwt zichzelf niet als een drukker en gebruikt de Officina enkel nog als statussymbool. Intussen verdient hij zijn brood vooral als grootgrondbezitter.
In 1828 zet Albert de persen toch weer in gang. Omdat winst niet van tel is, investeert hij nauwelijks in innovatie. De drukkerij raakt hopeloos verouderd en wanneer zijn 61-jaar oude broer Edouard Moretus overneemt in 1865, is het bedrijf op sterven na dood. Die volgt officieel in 1870. Amper zes jaar later koopt de stad Antwerpen de gebouwen op en vormt ze om tot het Museum Plantin-Moretus.
“Het Plantijnse gebouw stort neer, de drukkunst is aan het treuren, en de kleuren rood en zwart kwijnen stillaan weg ... Zwijg toch, minnaars van deze kunst! Want al schijnt zij tegenwoordig dood te zijn, er leeft een waardig man, behulpzaam in deze tijden van nood, de edelgeboren heer Albert Moretus, uitverkoren in Gods voorzienigheid, die zal herstellen wat is verloren!”
Hulde van het drukkerspersoneel aan Albert Moretus bij de heropening in 1828