De kunstenaars werkten de collage uit op A0: het formaat van de advertenties in de bushokjes. Die scanden ze eerst in, en in Photoshop voegden ze een extra kleurlaag toe. Zo kreeg het ‘tapijt’ een rand. In de printshop lieten ze beide lagen ‘plotten’ tot twee aparte zwart-wit-afdrukken.
Dat was de basis voor de zeefdruk, Spiessens’ specialiteit. ‘Hoewel: zo’n reusachtige afmetingen, dat was ook voor mij iets nieuws.’ De beelden waren 80 op 120 cm, en moesten dus belicht in een gigantische monsterzeef van 1,5 op 2 meter. Twee keer, want er zijn twee kleuren. De onderlaag in het bruin, de bovenlaag in het donkerblauw. ‘Nooit gedacht dat dit zo fysiek zou zijn’, vertelt Dumortier. ‘Ik kon de zeef nog net in de breedte vasthouden als ik me helemaal uitstrekte. En ze woog ook zo verschrikkelijk veel.’
Voor de tweede kleur moest de zeefdruk natuurlijk eerst worden schoongemaakt. Dumortier: ‘Normaal doe je dat met een sponsje. Dat is zo gebeurd en dan kan je opnieuw beginnen. In dit geval was dat echt een heel raam wassen.’ Spiessens: ‘Om alles proper te krijgen, tot in de hoekjes, hebben we een hele choreografie uitgewerkt. Het werd een prachtig zeefdrukballet.’